| Home | | | | | | | | | |
![]() |
|
|
|||||||||||||
FunctietestUitgevallen of defecte lambdasondes veroorzaken problemen,zoals bijv. een te hoog brandstofverbruik, slecht rijgedrag of de test op de kwaliteit van de uitlaatgassen valt slecht uit.
Lambdasondes worden met een oscilloscoop getest. Voor het begin van de test moet gecontroleerd worden, of de motor volgens de informatie van de fabrikant ingesteld is. Daarna moet de motor tot op bedrijfstemperatuur warmlopen, omdat de lambdasonde alleen functioneert, als ze de juiste temperatuur bereikt heeft.
Met een passende aansluitvoorziening wordt de uitgang van de sonde aan de oscilloscoop aangesloten. De sonde mag niet van de motorregeling gescheiden worden. Het toerental van de motor moet bij ca. 2.000 omw/min liggen.
Als de lambdasonde correct functioneert, treedt een spanningssprong tussen ca. 0,2 en 0,8 Volt op. De tijd, die voor de stijging van 0,2 Volt naar 0,8 Volt nodig is (reactietijd "mager-vet"), moet ca. 300 milliseconden bedragen. De reactietijd "vet-mager" is dezelfde.
Als de sonde uitgang constant is of de reactietijd te langzaam, moet de lambdasonde vervangen worden. De functie van de lambdasonde moet bij elke inspectie gecontroleerd worden en tevens voordat de uitlaatgassen van de auto getest worden. Een langzame sonde veroorzaakt een hoger brandstofverbruik en moet daarom vervangen worden.
|
|
||||||||||||